Kelly Deriemaeker is journaliste en mama van Dexter & Flo. Voor Steps schrijft ze elke maand een beklijvende column, en die kun je nu ook hier lezen.

“Waarom toetert die meneer naar jou?”, vraagt mijn zoon van vijf met grote ogen.

“Omdat hij vond dat ik tegen die fietser had moeten rijden”, kan ik nog net wegslikken, terwijl ik naar de toeterende man achter mij zwaai in de achteruitkijkspiegel. Ik maak er een meer educatief verantwoord “Omdat die meneer vond dat ik sneller af had moeten draaien”, van. “Is die boos op jou?”, vraagt hij even later, duidelijk nog onder de indruk. “Dat kan”, zeg ik. “Ben jij dan verdrietig daardoor?”, informeert hij. “Neen”, zeg ik, “Die meneer denkt iets anders dan mama, en dat geeft niet”.

“En dus heb jij gezwaaid?”. “En dus heb ik gezwaaid”.

Mijn zoon heeft geen idee, maar het was ooit anders. Een paar jaar geleden zou het getoeter me bijzonder onzeker hebben gemaakt. Want als iemand toeterde, dan was ik zeker een barslechte chauffeur. En als iemand dat vond, dan was het zeker waar. Of het nu kwam van de vrouw van de bakker of de toevallige passant op straat, die misschien net een hele slechte dag had. Of het nu over mijn capaciteiten als chauffeur ging, of over mijn gewicht.

Gelukkig leerde ik met vallen en opstaan dat het altijd iets is.

Eet ik vlees, dan maak ik de wereld kapot. Eet ik geen vlees, dan ben ik een pilarenbijter omdat ik wel schoenen van leer draag.

Draag ik geen schoenen van leer, dan maak ik mijn voeten kapot. Loop ik op blote voeten, dan ben ik een hippie.

Draag ik een broek, dan ben ik een halve vent. Draag ik een rok, dan had ik wel eerst mijn benen wat mogen laten bruinen. Jammer van die spataders ook. Zo’n jonge vrouw nog.

Draag ik mijn haar in een staart, dan ben ik volgens een BV in de Dag Allemaal een slonzige vrouw die beter haar best zou moeten doen. Draag ik het los, dan zou ik er beter wat meer model in laten knippen. Laat ik het groeien, dan was kort toch stukken pittiger voor iemand als ik.

Val ik af, dan moet ik opletten dat ik niet te mager word. Dat zorgt immers dat ik er ouder uitzie. Dik was ik toch wat zachter, minder streng. Zo’n mooi gezichtje dat ik had. Verdik ik, dan moet ik er eens achter beginnen kijken.

Loop ik op sneakers, dan ben ik niet bepaald elegant. Loop ik op hakken, dan maak ik mijn rug kapot. Die moet nog jaren mee. Dat weet ik toch wel.

Als het nog eens ter sprake komt, dan zal ik tegen mijn zoon zeggen dat iedereen uiteindelijk ook maar wat in het rond toetert. Ik net zo goed als iemand anders. En dat dat allemaal niet geeft. Zelfs niks over ons zegt. En dat je dus maar beter kunt zwaaien dan wenen.