Nina Tonoli. Met zo’n naam ben je geboren voor een leven in de schijnwerpers. Maar het is vooral haar talent en doorzettingsvermogen die de Gentse prima ballerina in Wenen bracht, waar ze een carrière heeft waar de meeste dansers alleen maar van kunnen dromen. “Op de beste momenten komen concentratie en plezier samen wanneer je danst.”

Vijf jaar geleden werd je opgepikt door het Weense Staatsballet en op korte tijd promoveerde je van half-soliste tot soliste. Hoe voelt het om aan zo’n hoog tempo daar te leven?

Ik vind het super dat ik deze kansen krijg. Wenen was mijn eerste auditie en ik kreeg er als enige meisje meteen een contract. De directeur van het Weense Staatsballet was heel positief en gemotiveerd om met mij te werken. Ik kreeg ook aanvragen uit Engeland en Duitsland maar ik vond dat men hier het meest overtuigd was van mijn kunnen. Ik heb dus mijn buikgevoel gevolgd en daar heb ik geen spijt van. Je weet op voorhand nooit wanneer ze je gaan promoten. Je wilt natuurlijk zo snel mogelijk opschuiven maar dat is niet altijd het geval, soms moet je lang wachten. Maar ik heb het geluk dat ik nu soliste ben dus ik kan absoluut niet klagen.

Je bent voor balletnormen vrij laat begonnen, op 9 jaar. Maar daarna kwam je al snel op internaat terecht. Heb je nooit het gevoel gehad dat je een stukje jeugd hebt gemist?

Ik kan natuurlijk niet helemaal weten wat ik gemist heb omdat ik nooit een klassiek studentenleven heb gehad. Maar toen ik op 12 jaar naar Antwerpen ging op internaat, kwam ik terecht in een groep van leeftijdsgenoten met wie ik zowel een passie kon delen als onnozele dingen doen. Dat was heel plezant en ik heb er goede vriendinnen aan over gehouden. Ook mijn tijd in Londen vond ik heel fijn. Plots kom je terecht in een wereldstad waar het altijd druk en levend is en in een klas vol verschillende nationaliteiten. Het leuke aan mijn job is dat ik altijd verhuis en mensen ontmoet van over heel de wereld. Maar een klassieke jeugd heb ik inderdaad niet gehad en ik ben altijd omringd door mensen met dezelfde droom. Al gaan wij ook wel eens graag uit of naar een festival. Die dingen zijn hetzelfde. Maar het verschil is dat onze dagen rond dans draaien.

Wat voel je eigenlijk wanneer je danst? Ben je dan in een staat van opperste concentratie of kan je je ook verliezen in het moment?

Tijdens de repetities in de studio zijn we enorm geconcentreerd om stukken te oefenen en te verbeteren. Maar op het podium moet je natuurlijk proberen genieten, zowel voor jezelf als voor het publiek. Op de beste momenten komt die concentratie en dat plezier samen. We zijn natuurlijk maar mensen dus dat lukt niet elke keer. Maar hoe meer shows ik heb, hoe meer ik merk dat ik groei in mijn rol, mijn uitvoering en mijn expressie.

Wat was tot nu toe jouw favoriete rol en van welke rol droom je nog?

Mijn favoriete rol tot hiertoe was die van Lize in ‘La Fille mal gardée’. Dat is een meisje dat verliefd wordt op een boerenjongen. Haar mama vindt dat hij geen goede partij is en dat ze moet trouwen met een rijke jongeman. Maar Lize vindt hem maar dom en wilt haar eigen keuze maken. Het was fijn om zo’n koppig, verliefd meisje te spelen. Het jonge personage paste echt bij mij. En natuurlijk zijn er nog veel rollen die ik zou willen dansen, zoals in Romeo & Julia. Die dramatiek van liefde en dood heeft wel iets. Omdat je je in een emotionele rol kan smijten die je in het normale leven nooit zou hebben.

Ballet is een eeuwenoude dansvorm. Welke choreografen maken het voor jou vernieuwend?

In onze compagnie werken we af en toe samen met choreografen die ook focussen op het verhaal maar met moderne, losse bewegingen werken. De choreografieën van Wayne Mc Gregor en William Forsythe zoeken bijvoorbeeld iets heel anders op dan klassiek ballet en zijn veel extremer. Je lichaam wordt dan echt uitgerekt en in speciale vormen gezet. Het klassieke blijft de basis maar het is uitdagend om andere vormen uit te proberen. Daardoor groei je ook als danser, vind ik.

Je stond zopas model voor de capsulecollectie van Terre Bleue en Knack Weekend. Hoe was die ervaring?

Heel leuk! Het is eens een andere manier om in the picture te staan. Ik ben heel blij dat ze aan mij dachten. Een groot deel van onze tijd zitten we als balletdanser in de studio te oefenen. Maar ik houd er ook van om opgemaakt te worden voor een voorstelling. Dat voelt toch een beetje als wellness. En deze keer mocht ik echt model staan, wie vindt er dat niet leuk? Voor deze collectie mocht ik ook eens andere kleren aantrekken, wat sportiever en met hakken. Er was ook heel wat promotie rond de collectie dus die aandacht vond ik wel fijn.

Jouw grootvaders schilderen allebei, iets wat je zelf soms ook graag doet. Hoe ziet jouw schilderijtje van de toekomst eruit als je het zelf mocht vormgeven?

Ik vind dat nog veel te vroeg om te zeggen. Als danser leven we van dag tot dag omdat onze carrière niet heel lang is. Dus ik vind het moeilijk om te zeggen wat de toekomst brengt. Maar die vragen zitten soms wel in mijn achterhoofd. Welke job zou ik nog willen doen en ga ik nog studeren? Ik hoop in ieder geval dat het een rooskleurig schilderijtje is. Maar ik denk dat als ik ergens voor kies, dat ik er ook echt voor ga. Die discipline heb ik geleerd van het ballet.

(Tekst: Maren Moreau/ foto’s Terre Bleue)