Planten zijn hot en dus toveren we onze woonkamers om tot ware jungles. Plantenhangers aan het plafond, ander tropisch groen doorheen het huis. Maar wat als je geen groene vingers hebt? Wij vroegen plant lady Sofie Vertongen van de Antwerpse plantenwinkel The Plant Corner en webshop Phyt om advies

1. Bezint eer ge met planten begint

Wil je planten in huis halen, dan moet je er eerst en vooral goed over nadenken. Op welke plek in huis heb je plaats? Kies op basis daarvan een plant uit. Factoren als vochtigheid, licht en verwarming spelen een belangrijke rol. Zo zet je planten best nooit in direct zonlicht, in de tocht of op de verwarming. Heb je vloerverwarming? Zet je planten dan op plantenstandaarden. En vergeet niet: elke plant heeft daglicht nodig om aan fotosynthese te doen!

2. Kies voor potten in aardewerk

Laat jouw planten niet in het plastic potje staan. Plastic houdt water vast waardoor de plant niet kan ademen. Je plaatst de plant best in een terracotta- of andere aardewerken pot. Die zet je op een schaaltje om het overtollige water op te vangen. Je kan de plant ook in een gesloten pot zetten op voorwaarde dat je onderaan in de pot een laag hydrokorrels legt. Die korrels zuigen overbodig water op en voorkomen dat de wortels constant in het nat zouden staan.

3. Zacht water op kamertemperatuur

Gebruik water op kamertemperatuur en bij voorkeur regen- of grondwater. Heb je dat niet, laat het kraantjeswater dan een nacht staan. Zo verdwijnt de kalk uit het leidingwater. Water geven doe je best ’s morgens zodat de plant de hele dag aan fotosynthese kan doen. Geef je planten af en toe langs onder water door ze op een schaaltje met water te plaatsen. Zo worden de wortels langer en zal de plant stabieler in zijn pot staan. Denk er wel aan om het overtollige water na een uur weg te gieten. De meeste planten houden niet van natte voeten.

4. Hoeveel water moet je geven?

Hoeveel water je moet geven, is afhankelijk van de ruimte waarin de plant staat. Is die vochtig of droog? Staat er verwarming? Hoeveel licht is er? Door je planten goed in het oog te houden, leer je hoeveel water ze nodig hebben. Je kan de vochtigheid van de grond controleren door er je vinger of een satéstokje in te steken. Plakt er aarde aan? Dan staat de plant nog vochtig genoeg. Geef zeker niet te veel water, dat is dodelijk voor jouw planten.

5. Plantensproeier to-the-rescue

Kamerplanten uit tropische gebieden houden van warme, vochtige lucht. Om ze tevreden te houden, besproei je ze dus best regelmatig met een plantensproeier. Zeker planten als alocasia’s, calathea’s en monstera’s. Door hun grote bladeren verdampen ze sneller water en moet je ze extra bevochtigen. Gebruik ook hier zacht water en besproei niet wanneer er direct zonlicht op de bladeren valt.

6. Vetplanten en cactussen

Vetplanten en cactussen geef je beter te weinig dan te veel water. Cactussen kan je tijdens de winter, van eind oktober tot eind februari, een winterslaap laten doen. Je hoeft ze geen water te geven op voorwaarde dat ze in een koudere omgeving staan. Een veranda of zolder met een temperatuur van ongeveer tien graden is ideaal. Als je ze niet koud kan zetten, geef dan minder water dan tijdens de zomer.

(Laura Claessen)