Burn-out. Het is een woord waarmee we om de oren worden geslagen. En toch is er weinig duidelijkheid en veel onbegrip, ontdekte journalist Marijn Sillis. Hij werd zelf ongewild ervaringsdeskundige en schreef er een boek over: ‘Ik dacht dat ik wist wat burn-out was… tot ik er een kreeg’. Een eerlijk relaas van zijn grillig parcours waarin hij samen met anderen naar een definitie zoekt, mythes doorprikt en perspectief biedt.

Je wou met dit werk geen zelfhulpboek schrijven. Wat dan wel?

Marijn Sillis: “Burn-outliteratuur is vaak geschreven door coaches of experten die tips en tricks geven om een burn-out te vermijden of eruit te geraken. Maar toen ik zelf een burn-out kreeg en niet wist wat me overkwam, had ik weinig aan dat discours. Met mijn boek wil ik rauw en eerlijk mijn verhaal delen en clichés onderuit halen. Zo geef ik hopelijk een beetje tegenwicht aan boeken met concrete tips of een spirituele invalshoek.”

Je ontkracht de mythe als zou een burn-out een cadeau zijn. Hoe kijk je er wel op terug?

“Als een leerrijk litteken. Het was duidelijk dat ik op een verkeerde manier leefde en dat ik mijn grenzen niet kon aangeven. Ook mijn onzeker en perfectionistisch karakter speelde daarin een rol. Ik dacht: ik doe mijn job graag dus ik spartel me er wel door heen. Maar als je eenmaal over dat kantelpunt zit, is het te laat. En dan moet je een heel traject afleggen om weer naar boven te klauteren. Zo maakte ik in het begin de fout om het gedrag dat me ziek maakte aan te wenden om weer gezond te worden. Terwijl je veel tijd en rust nodig hebt. Vandaag voel ik me beter. Maar het is een rugzakje dat ik blijf meedragen en dat me nu sneller waarschuwt wanneer ik op de rem moet gaan staan. Ik ken mijn lichaam beter maar een geschenk zou ik die burn-out nooit noemen. Ik had het liever niet hoeven meemaken.”

Het is steeds een individueel verhaal maar ook een ziekte van onze tijd. Wat kunnen we als maatschappij doen?

“Als burn-outer heb je vaak een gevoel van schuld en schaamte. Dat het iets is wat je je zelf hebt aangedaan en dat je het dus zelf moet oplossen. Maar als je de cijfers van burn-outs en langdurig zieken ziet, kan je jezelf afvragen: is het de individuele schuld van mensen dat ze tegen de muur lopen? Of heeft het te maken met hoe we onze maatschappij inrichten? Burn-out is ook een containerbegrip geworden voor iedereen die moeite heeft om mee te draven in deze wereld. We hebben nood aan een gezonde maatschappij met minder werkdruk en minder verwachtingen. En meer erkenning voor mensen die uitvallen. Want zij worden vaak nog gezien als de losers die niet kunnen volgen.”

Je persoonlijke relaas en dat van anderen is heftig om te lezen. Hoe voelde het voor jou om dit te herbeleven?

“Het was een pittig traject om dit boek te schrijven. Maar de interviews met lotgenoten waren ook heel dankbaar. Als je uitvalt, voel je je vaak eenzaam en onbegrepen. Ik hoop dat dit boek voor lotgenoten en hun omgeving een troost kan zijn. Toen ik uitviel, kon ik amper uitleggen wat me overkwam. Hoe leg je na een dag nietsdoen uit aan je lief dat je geen energie had voor de afwas? Of aan je collega dat zelfs een koffie gaan drinken stress geeft? Fysiek, emotioneel en cognitief was ik op. Ik die altijd geschreven had, kon niet meer op mijn woorden komen. Met dit boek heb ik mijn taal teruggevonden. En hoop ik de stem te vertolken van zij die het op dit moment niet kunnen zeggen.”

‘Ik werk dus ik leef’ is het motto in onze samenleving. Wie ben je nog meer, naast journalist?

“Het was aanvankelijk heel moeilijk om niet meer te kunnen werken. Ik had het gevoel dat ik mijn identiteit verloor. Want in onze samenleving draait alles rond je job. Als iemand je vraagt wie je bent of wat je doet, dan is je werk altijd het antwoord. Ik ben nog steeds blij dat ik kan zeggen dat ik journalist ben. Maar ik probeer ook een goede zoon en een goed lief te zijn, een attente vriend, een vrijwilliger en voetbaltrainer voor kinderen… En op een bepaald moment in mijn proces ben ik zeven maanden gaan reizen. Het is een ontzettend cliché en een privilege, dat geef ik toe. Maar het deed toen deugd om gewoon op pad te zijn en verder niets.”

Wat wens je jezelf toe?

“Nooit meer een burn-out (lacht). Dat is mijn enige ambitie: mezelf niet meer laten meesleuren en ziek worden. En dat is naast een wens ook dagelijks werk.”

‘Ik dacht dat ik wist wat burn-out was… tot ik er een kreeg’ verscheen bij Pelckmans Uitgevers.