Lieve lezer, ik neem je deze keer graag mee terug in de tijd, naar het jaar 1997. De knoppen staan aan de bomen, het plein staat vol, de wind is fris. Samen met mijn klasgenootjes stap ik de kerk uit. We missen allemaal wel een of meerdere tanden, hebben een vettige vlek op ons voorhoofd en we dragen onze bovenste beste outfit. Als je goed kijkt, dan zie je dat ik wat bruine vlekjes op mijn gezicht heb. Ik ben 7 jaar, ik deed net mijn eerste communie en gisteren kreeg ik de mazelen. Vanochtend probeerden we die rode vlekjes wat weg te werken, maar tevergeefs.

Zo ging het echt. Dat feest waar ik een jaar naartoe werkte door catecheselessen te volgen, deed alsof ik geloofde in God en Jezus, liedjes instudeerde met mijn klasgenootjes en samen met mijn moeder op zoek ging naar een witte feestoutfit liefst niet te saai. Ik beleefde de namiddag van de grote dag in een veldbedje in het restaurant. Terwijl de hele familie zich te goed deed aan een versierd bord met parelhoen (Ja, ik weet dat nog. Parelhoen, wat een gek woord), had ik genoeg na twee happen. Mijn neven en nichtjes speelden in de tuin onder de grote boom, die nu plaats heeft geruimd voor een hypermodern zorgcentrum. Het feest verliep niet zoals ik had gehoopt en op de koop toe viel het hoofd van het ijslammetje op de grond. Bloedend, onthoofd en dramatisch. En toch is het een dag die ik me waanzinnig goed herinner, hoewel ik vaak enkel herinneringen kan ophalen die aan foto’s gelinkt zijn. Ik herinner me de nieuwe fiets die ik kreeg, het Flikflak-horloge dat friemelde onder mijn mouw want dat was ik nog niet gewoon en de smaak van ziek in mijn mond. Dat herken je vast wel … je wil wel, maar het kan niet.

Het is wat met dagen waar lang naar wordt uitgekeken. Een dunne grens tussen genieten of jezelf verliezen in te veel details en perfectionisme. De bridezilla’s en momzilla’s zijn niet meer bij te houden. En hoewel zo’n dag in het teken van genieten staat, gebeurt dat pas achteraf al bladerend door het fotoalbum. Hoe spijtig is dat? In een jaar waarin we niet weten hoe miss Corona nog zal huishouden, hoop ik dat je dat ideaalbeeld wat kan loslaten. Er een feest van kan maken met wat en wie er is en niet met wat je ervan verwacht had. Verwachtingen zijn als te veel zout in de soep, het verpest de smakelijke balans, de spontane verrassing en een toets van het-maakt-allemaal-niet-zoveel-uit. Op momenten waarop de mazelen plaats maken voor organisatoritis hoor ik Elza luid en schel in mijn oren: laat het los, laat het gaan. Disneyfiguren weten het wel. Als je een van de komende dagen niet weet wat te doen, neem de tekst er maar eens bij. En als ik je nog één goede raad mag geven: zet het ijslammetje in het midden van de tafel. Alweer een portie drama minder.

Eva Daeleman

www.evadaeleman.be