Gespot op Tram 4: Jan

47

Wie is toch die mysterieuze Elena Van Gent? Het enige wat wij weten is dat ze elke dag Tram 4 in Gent neemt, dat ze altijd rode schoenen draagt én dat ze onze gastblogster is. Elke maandag schrijft ze voor Steps.be over iemand die ze op Tram 4 gespot heeft. Aan één blik heeft ze voldoende om een heel verhaal rond iemand te fantaseren…

Jan

Hij had haar toevallig in het station leren kennen: een perrongelukje, zoals dat heette. Hij was niet op zoek en zij zocht  evenmin, maar hun ogen vonden een weg die hun hart later zou volgen. Mooi, dat was ze, voor de wereld en voor hem. Met een vrolijke zomerjurk die hem deed denken aan een coupe vanille-ijs met slagroom en vers fruit. Misschien was dat de reden waarom hij zo verlekkerd raakte op het meisje dat ooit zijn vrouw zou zijn.

Jan herinnerde zich nog de details van de trein, de remmen en de deur die opende, net op de plek waar ze samen stonden.  En de galante buiging die hij voor haar maakte  en hoe grappig ze dat vond. Hij zocht een plekje uit in het hoekje en zij speelde het spel mathematisch mee en ging over hem zitten. Het was iets met de snelste weg van A naar B en dat zou een rechte zijn.

In het boek dat hij las, raakte hij geen regel vooruit. En hij vroeg zich af of ze het merkte dat hij al tien minuten naar dezelfde woorden staarde en hoe zinloos dat wel was.
“Het regent,” zei ze plots en toen was zijn hart opgesprongen. Niet om de druppels die uit de lucht vielen, maar wel om haar woorden en de mooie stem. De tinteling zou zijn moeder blij maken, die wilde niets liever dan een vrouw voor haar laatste kuiken uit de rij. Twee zussen waren al het huis uit en zijn broer had de familienaam netjes voortgezet. Maar Jan had tijd en geduld tot de ware er uiteindelijk zou zijn.

In zijn boekentas stak een paraplu, dat was alles wat hij nodig had. Het was een troef die haar gitzwarte lokken zou beschermen tegen al het vieze dat uit de hemel naar beneden kwam.

“Gent,” had ze gezegd, “Sint-Pieters, daar moet ik zijn.”
En hij: “Dat is perfect, ik zal je volgen!” (Al maakte haar bestemming hem eigenlijk niet uit.)

Haar arm haakte ze in die van hem en over de plassen huppelde ze lichtjes tot aan het café, waar ze voor het eerst en allebei een koffie namen.
Van vreemden werden ze plots bekenden, het was een raadsel hoe snel zoiets kon gaan.
Nog vaak reden ze samen met de trein: hij in het hoekje met een boekje, zij starend naar de lucht en benieuwd of er zon of regen zou zijn.

*4*

De tram hield halt aan het station en de laatste gasten stapten uit. Onder hen een Vrouw met Rode Schoenen, in de kleur van het zongerijpte zomerfruit.
Jan zou naar het perron gaan, net zoals dertig jaar, drie kinderen en een kleinkind geleden. Het was hun huwelijksverjaardag, of neen, dat was het niet. Grammaticaal kon hij nog steeds niet wennen dat het niet “was” maar voor altijd “zou zijn”.

Vijf jaar geleden was ze gestorven en haar laatste woorden bleven hem voor altijd bij. Hoe goed het was dat hij toen die trein had uitgekozen, en hoe veel geluk er op een perron kon zijn.