Gespot op Tram 4: Promesse

91

Wie is toch die mysterieuze Elena Van Gent? Het enige wat wij weten is dat ze elke dag Tram 4 in Gent neemt, dat ze altijd rode schoenen draagt én dat ze onze gastblogster is. Elke maandag schrijft ze voor Steps.be over iemand die ze op Tram 4 gespot heeft. Aan één blik heeft ze voldoende om een heel verhaal rond iemand te fantaseren…

Promesse
Haar naam hield een belofte in die een illusie bleek te zijn. Promesse was met valse hoop naar dit koude land gekomen: er was haar de hemel op aarde beloofd, maar ze was in de hel beland.
Ze had nog geen blanke man gezien tot een vriendin haar vertelde over die kans in het noorden: daar liep het vol met mannen die hun vrouwen niet behandelden als broedmachine of slaaf. Geen veelwijverij maar monogamie en anticonceptie en gynaecologie. Deftige heren die hun huis en hart zouden openstellen voor een donker getinte vrouw en met haar een toekomst wilden.
Het vliegtuig had haar, samen met die dromen, in de wolken gebracht. Maar haar voeten raakten snel de grond toen ze hem voor het eerst zag. De gelijkenis met zijn foto was niet echt treffend en zelfs ver zoek: hij was klein, mager en vreselijk oud! Met een wrat aan de binnenkant van zijn ene oog en het andere dat loensde. En zouden die grote oren bij tegenwind gaan wapperen? Ze ademde in en uit en slikte, en probeerde zich wanhopig vast te klampen aan de gedachte dat alleen innerlijke schoonheid telde.
De eerste weken waren hectisch: hij ging overal en heel trots met haar pronken. Maar het succes waar hij zo op hoopte, bleef uit. Zijn rare vrienden lachten hardop dat hij een beter exemplaar had kunnen vinden, op een andere pagina uit een catalogus die ze niet kende. Er volgden opmerkingen over haar voluptueuze billen en dat ze “ kaart konden spelen op haar brede achterkant”. Ze grinnikten om de mooie pruik die ze droeg, haar onkunde van het Nederlands en haar anders-dan-hun-schoolse Frans.
Het was wennen, dag na dag, en die innerlijke mooie kant was zeer moeilijk te vinden. Hij liet haar twee keer daags koken (maar brulde dat hij die bakbananen niet lekker vond) en in bed probeerde hij  klungelige en soms pijnlijke dingen. Roken deed hij als een schoorsteen (waar geen veger nog ooit in wilde) en zijn tanden waren een geel schilderij op een canvas dat enorm stonk. Toen ze een keertje huilend zei dat ze terug wilde, dreigde hij ermee haar te vergiftigen. “Dat doen we met ratten,” zei hij, want dat was het soort ongedierte dat ze in zijn ogen was.
Nachtenlang lag ze wakker door zijn eeuwige gereutel en gehoest en vol heimwee naar de warmte van haar land. Ze had het koud en voelde zich triest maar besefte dat de schande om terug te keren onmeetbaar was.

*4*

De tram reed over de grote, drukke baan en zou weldra halt houden aan de plaats met de houten bankjes onder een rond, rieten dak. Daar zou ze even op adem komen en fantaseren dat ze opnieuw thuis was.
De Vrouw met de Rode Schoenen die naast haar zat, opende de krant en Promesse las traag de titel in het Nederlands: “Rokers. Leven. Gemiddeld. Acht. Jaar. Minder.”
Een glimlach gleed om haar lippen. Lang zou ze niet op het bankje zitten, ze had nog boodschappen te doen. Tien pakjes sigaretten zou ze kopen en sigaren, zoveel hij wilde. Hoest maar, manlief, hoest maar fijn. Binnenkort zal  jouw terugweg er eentje langs de schoorsteen zijn.