The best is yet to come. Zo hoopvol voor de toekomst is Joke Devynck, die momenteel schittert in de nieuwe Vlaamse film All of Us. “Elke rol heeft wel iets dat mij triggert. Ik word graag uitgedaagd, het verrijkt me ook als mens.”

Van rebelse Tony in Flikken tot moordenares Katrien in Het Goddelijke Monster, van femme fatale Claudia in De Rodenburgs tot politieke rechterhand Evelien in Morten. Geef ze een rol en Joke Devynck (47) vertolkt ze met glans. In All of Us kruipt ze in de huid van Elisabeth Lizzy voor de vrienden die terechtkomt in een zelfhulpgroep voor terminale patiënten. Een heftige setting. “De film gaat niet zozeer over kanker of de dood, maar over de transformaties in het leven”, verduidelijkt Joke. “Wat onderneem je als je plots ziek wordt en beseft dat het leven eindig is? Er wordt veel gebleit, maar ook veel gelachen. De mensen van de Kankerliga waren erg aangedaan, ze vonden de film vooral heel écht.”

Jouw personage Lizzy is een felle tante. Lijkt Joke op Lizzy?

We delen een flinke dosis zelfspot, maar het probleem met Lizzy is dat ze die ook naar anderen toe heeft. Ze gaat altijd eerst in de aanval zodat ze zelf niet gekwetst kan worden. Zo ben ik niet. Ik kan wel een grote mond opzetten, maar altijd om te spelen. Lizzy is ook arrogant, sarcastisch en cynisch, wat wel mooi meegenomen was. Ik vind het altijd leuk als ik op de set de bitch in mij mag loslaten. (lacht)

Was het ingrijpend om je haar af te scheren?

Ik heb het zelf voorgesteld. Ik wou dat al zo lang eens doen, maar om de een of andere reden kwam het er nooit van. Het was een bijzonder moment. Ik zat voor de spiegel en nam foto’s terwijl de kapster mijn lokken afschoor. Ik voelde me kwetsbaar maar ook heel krachtig. Een moment van vrijheid. En ik vond het ook heel mooi. Natuurlijk is dat voor mensen met kanker totaal anders. Haaruitval is vaak het ergste dat de ziekte met zich meebrengt, zeker voor een vrouw.

Wie Joke Devynck zegt, zegt nog altijd Tony uit Flikken.

Dat verbaast mij nog steeds want ik heb al zó veel mooie dingen mogen doen. Ik denk vooral dat dat te maken heeft met het populaire format van Flikken. Er was toen ook nog niet zo veel op televisie. Ik heb nooit de impact van de serie beseft, tot de opkomst van de sociale media. Ik kreeg plots berichtjes toegestuurd van vrouwen die zeiden dat Tony hun leven had veranderd en dat het personage een voorbeeld voor hen was geweest. Dat is wel fijn.

“Acteren is de mooiste job ter wereld en hij wordt nog mooier omdat er veel meer rollen voor vrouwen zijn.”

Wat was je leukste rol tot nog toe?

Ik heb hele goede herinneringen aan mijn allereerste opdracht voor theater, in 1994, in de pas vernieuwde Bourlaschouwburg in Antwerpen. Ik mocht toen een achterlijk meisje spelen, echt fantastisch! Ik heb sowieso meer voeling met mensen met een kantje af, maar door mijn uiterlijk word ik voor televisie niet zo gecast. Elke rol heeft uiteindelijk wel iets dat mij triggert. Voor de Zweedse misdaadreeks STHLM Requiem leerde ik Zweeds met een Hebreeuws accent en voor All of Us mocht ik me verdiepen in het Japans. Ik vind het fijn om dat erbij te nemen. Ik word graag uitgedaagd, het verrijkt me ook als mens.

Waar droom je nog van?

Heb je even? (lacht) Documentaires, films, theater, schilderen, … Die dromen probeer ik echt wel na te jagen. Zo heb ik een heel leuk idee voor een reeks over vrouwen die grenzen hebben verlegd, van wetenschappers tot filosofen. In de geschiedenis weten we altijd wat mannen hebben bereikt, maar over vrouwen wordt gezwegen. Ik wil dit heel graag uitwerken, maar daarvoor is er een theaterhuis of een projectsubsidie nodig.

Gemakkelijk wordt dat wellicht niet.

Het terugschroeven van de projectsubsidies in de cultuursector is een echte ramp. Er wordt ook bijzonder bedroevend omgegaan met kunstenaars. In 2018 heb ik een monoloog Kleur geschreven, gerepeteerd en gespeeld. Zowel de mensen die mij geholpen hebben als ikzelf hebben daar een jaar lang nauwelijks iets aan verdiend. Dat was niet zo leuk. Voor theater zijn de mogelijkheden echt wel verminderd. Gelukkig kan ik terugvallen op televisie en film. Dan nog is het een onzeker bestaan, maar daarover wil ik niet klagen. Ik heb er bewust voor gekozen omdat ik weet wat ertegenover staat. Maar ik ga niet ontkennen dat ik zeker nu als alleenstaande mama van drie op het einde van sommige maanden al heb gedacht, wat nu?

Hoe zie je jouw toekomst?

Ondanks de besparingen denk ik wel dat er voor televisie en film nog veel mogelijkheden zijn. Acteren is de mooiste job ter wereld en hij wordt nog veel mooier omdat er veel meer vrouwenrollen zijn. Er zijn ook meer vrouwen die schrijven. Zelf wil ik blijven schrijven en projecten aanbieden en dingen maken die ertoe doen. Vrouwen boven de 40 hebben echt wel iets te vertellen hé! Ik heb nog zo veel inspiratie. Ideeën zat, en echt enkele hele goede. (lacht)


 

All of Us: wat als je terminaal bent?

All of Us, een film van regisseur Willem Wallyn, vertelt het tragikomische verhaal van huisvrouw en mama van twee Cathy (Maaike Neuville), die nog maar enkele maanden te leven heeft. Ze komt terecht in een zelfhulpgroep van terminaal zieke patiënten, geleid door therapeute Els (Barbara Sarafian), die zelf in volle midlifecrisis zit. Cathy beslist om haar familie niet in te lichten over haar toestand, maar ze heeft een plan. Samen met de andere leden van de praatgroep begint ze haar toekomstplannen en die van haar medepatiënten vorm te geven.

All of Us is nu te zien in de bioscoop.

(Nikita Vindevogel/beeld Jan Marchand)