Met Peter Perquy staat al de vierde generatie aan het roer van het Belgische label Terre Bleue. “Al van toen ik nog op school zat, wou ik in het bedrijf stappen”, vertelt hij. “Ik ben blij dat mijn vader mij die mogelijkheid bood. En ik hoop op mijn beurt later aan mijn eigen kinderen ook die kans te geven.”

De modegeschiedenis van de familie Perquy begint in 1938. Overgrootvader Maurice startte toen samen met zijn broer en vrouw een zaak in mutsen, sjaals en kousen die ze aan kleermakers verkochten. Peter Perquy: “In de jaren 70 werd de groothandel een modemerk, met twee eigen collecties waaronder een casual collectie voor kinderen. Toen bleek dat de dames veel dingen voor zichzelf kozen uit de kindercollectie, ontstond het idee van een eigen casual damescollectie. Dat werd Terre Bleue, opgericht in 2002.” Intussen telt het label 17 eigen boetieks en wordt het in meer dan 300 multibrandstores verkocht.

Vanwaar de naam Terre Bleue?

Mijn ouders hadden eerst gekozen voor Terre Neuve, naar de regio in Canada. Maar om technische redenen was dat niet mogelijk. Tijdens een lezing over kleurenpsychologie leerde mijn vader dat de kleur blauw voor ‘betrouwbaar’ staat. En dus werd het Terre Bleue.

Betrouwbaarheid is een belangrijke factor?

Absoluut. Voor de ontwerpers en stylisten van onze Studio Terre Bleue staan kwaliteit en pasvorm voorop. Onze klanten moeten hierop kunnen vertrouwen, seizoen na seizoen. Onze collecties worden dan ook aan strenge kwaliteitscontroles onderworpen, in verschillende fasen van het creatief proces. We zorgen er ook voor dat de stuks onderling makkelijk combineerbaar zijn. Uiteindelijk is de tevredenheid van de mensen die onze collecties kopen en dragen het allerbelangrijkste voor ons. Wij brengen niets op de markt waar we zelf niet achter staan.

Wij brengen niets op de markt waar we zelf niet achter staan.

Je wou altijd al in het bedrijf stappen, maar na je studies economie ging je bij een bank werken.

Ja, en dat was dat een goede keuze. Ik heb er enorm veel geleerd over het runnen van een bedrijf. Bovendien was ik er niet de ‘zoon van de baas’ maar een werknemer zoals iedereen en werd ik er ook als dusdanig behandeld. Het is natuurlijk een ongelooflijk privilege om in een familiebedrijf geboren te worden, maar ik zeg altijd: de grootste vijand van een familiebedrijf, is de fils à papa. Op een gegeven moment moet je het zelf waarmaken en jezelf bewijzen, misschien zelfs nog meer dan een ander. En je moet werken met passie, en respect hebben voor het bedrijf. Mijn zoontjes zijn nog heel jong (2,5 en 1 jaar, nvdr) maar ik hoop dat ik hen later ook de kans kan geven om in het bedrijf te stappen. Dat moét uiteraard niet, maar het zou wel tof zijn.

Je moet werken met passie, en respect hebben voor het bedrijf

Hoe moeilijk is het om, als deel van een familiebedrijf, het werk op het werk laten?

Dat valt best mee hoor. Tuurlijk wordt er in de familiekring vaak over Terre Bleue gepraat. Maar wees gerust, we hebben nog andere interesses. Ik ben bijvoorbeeld dol op zeilen. Mijn zoontjes zijn nu nog te jong maar ik kijk er wel al naar uit om hen de kneepjes van het zeilen bij te brengen. Verder ga ik graag shoppen, iets wat mijn vrouw geweldig vindt natuurlijk. (lacht)

Hoe zou je jouw eigen kledingstijl omschrijven?

Klassiek met een twist.

Wat wil je nooit dragen in het openbaar?

Sweatpants, die draag ik alleen als ik thuis ziek ben.

Jouw ultieme stijltip?

Ga af en toe voor een echte eye-catcher en draag een speciaal stuk in je outfit. Denk aan een apart model, een specifieke kleur, een print, een speciale stof of een opvallend detail. Het maakt je totaallook interessant. Zo draag ik zelf altijd sokken in hippe kleurtjes of printjes. Soms tot groot jolijt van de medewerkers. (lacht)

(foto: Ellen van den Bouwhuysen)