“Georgië?” Iedereen aan wie ik mijn reisplannen uit de doeken doe, kijkt verbaasd. “En alleen?” Hun hoofd kantelt nog wat schuiner. Het sterkt me alleen maar in mijn keuze. Al ben ik de dag voor het vertrek plots nerveus. In mijn buik gist het verdriet over mijn overleden bompa, mijn haperende liefdesleven en de nastress van net gehaalde deadlines. Met een zware rugzak stap ik het vliegtuig op.

Tijdens mijn tussenstop in Athene blader ik door mijn gids over Georgië. Een jonge man naast mij vraagt wijzend: “You’re going to Georgia?” Ik knik. Zijn naam is Heracli, zegt hij en hij woont in de Georgische hoofdstad Tbilisi. We raken aan de praat. Urenlang. Hij blijkt een meesterlijke verhalenverteller te zijn. Wanneer het tijd is om te boarden, kijken we allebei op onze vliegtickets. We zitten naast elkaar, zo blijkt.

Tijdens mijn eerste dagen in Tbilisi schuif ik mijn papieren gids aan de kant. Ik heb een gids van vlees en bloed nu en een nieuwe vriend erbij. Heracli sleept me mee naar de beste lokale restaurants, vertaalt Georgische gedichten naar het Engels en leert me over de rituelen van het land. Overdag wandel ik alleen door de stad: ik beklim het Narikala-fort, loop over de Brug van Vrede naar het charmante oude centrum en leer meer over de Sovjet-periode in het Nationaal Museum. ’s Avonds eten we in een restaurant met heerlijke Georgische gerechten. Georgiërs hebben een specifieke eet- en drankcultuur. Ze eten voornamelijk met hun handen en drinken alleen van hun wijn als iemand een toost uitbrengt. Op een samenkomst is één persoon verantwoordelijk voor de speeches, die volgens bepaalde regels verlopen. Ik ben de tweede vrouw in Heracli’s leven die de speeches mag verzorgen tijdens onze tête-à-tête. Ik vernoem mijn bompa, die me de liefde voor taal en schoonheid doorgaf. Hij bedankt Melissa, de anonieme vrouw van de luchtvaartmaatschappij die zijn geannuleerde vlucht verving door de vlucht die ik moest nemen.

Verliefd op de Kaukasus

Na twee dagen in de hoofdstad neem ik een minibus langs kronkelende bergpaadjes naar Mestia, aan de voet van de Kaukasus. De stad blijkt moderner dan ik dacht: met een levendig centrum, veel banken en een téléférique die ook ’s zomers mensen naar boven vervoert. Bij het toeristisch centrum weten ze me amper informatie te verschaffen, gelukkig wijzen Nederlandse voorbijgangers mij op een mooie wandelroute. Ik stap twee uur hijgend een steile berg op en krijg een prachtig berglandschap als cadeau. Ik besluit van daaruit verder te stappen naar twee meren die hoger in het gebergte liggen. De schoonheid onderweg is overdonderend. Rond mij liggen woeste besneeuwde bergtoppen en grazen koeien in de bebloemde weiden. Het landschap is glooiend groen, alsof er elk moment een Teletubbie tevoorschijn kan komen.

Op mijn weg naar boven kom ik een man tegen in een busje. Hij draait zijn raampje naar beneden. Of ik toevallig pijnstillers heb? Zijn broer heeft last van tandpijn. Ik geef hem een Ibuprofen. “Madloba”, zegt hij. Dank u. Enkele uren later kom ik hem bij het dalen weer tegen. De pijnstillers hebben geholpen en hij wil me bedanken. “Ik heet Gegi”, zegt hij. “Kom mee, ik wil je iets laten zien.” Hij neemt me mee naar het berghutje van zijn familie, waar zijn gigantische maar lieve hond Graff mij begroet. In Georgië geloven ze dat gasten gezonden zijn door God. En ik word effectief elke keer als een prinses behandeld. Ik krijg wodka, versgeplukte bloemen en een paard om weer naar het dal te rijden.

Veerkracht

Helaas is niet iedereen een even grote gentleman als Gegi. Die avond heb ik een nare ervaring met een man. Het is de eerste keer dat ik me alleen voel. Het lijkt alsof de bergen waar ik zo op verliefd ben geworden, me verraden. Terwijl ze alleen een stille getuige zijn van mijn onrecht. Toch verbaas ik mezelf over mijn veerkracht. Ik besluit dat deze ervaring mijn reis niet mag kapen en ik koop een busticket naar de hoofdstad.

Vanuit Tbilisi maak ik een uitstap naar de stad Bordzjomi met haar natuurlijke waterbron en de prachtige twaalfde-eeuwse grottenstad Vardzia. Ik zie Heracli terug. We eten een laatste keer samen en nemen dan afscheid. Op mijn terugweg wuif ik ook naar andere bekenden: de oude man met zijn boekenstandje op het hoofdplein en de bezorgde vrouwen die in het museum werken. Ze spreken geen Engels; ik kon de keren dat ik hen zag amper met hen praten en toch was ons contact intens.

Zonsondergang

De volgende dag reis ik door naar het Oosten. In het Lagodekhi National Park onderneem ik een avontuurlijke, glibberige tocht naar een grote waterval. Onderweg, wanneer ik hoogtevrees krijg of weg lijk te glijden, herhaal ik het mantra: ‘Ik vertrouw op mezelf en ik vertrouw op de natuur’. Ik geraak heelhuids op mijn eindpunt. De waterval is machtig om naar te kijken en ik geniet van het enkele geluid van mijn ademhaling en de natuur.

Mijn laatste avond breng ik door in Sighnaghi, the city of love. Ik proef er zelfgemaakte wijn van een oud vrouwtje en loop rond tussen de charmante huisjes.

Op een gegeven moment loop ik een heuvel af, de wildernis in. Er is niemand maar de plaats geeft een prachtig uitzicht op de stad, die vanuit het bos en de bergen plots verschijnt. Ik drink er wijn en kijk hoe de zon ondergaat over de roodgekleurde daken van Sighnaghi. “Goodbye Georgia”, fluister ik met een klein gevoel voor drama. Wanneer ik ’s anderendaags mijn vlucht naar België neem, voelt mijn rugzak tien keer lichter.

 

6 tips voor wie ook alleen wil reizen

1. Voor je op solotrip vertrekt, is het belangrijk dat je je comfortabel voelt in je eigen gezelschap. Twee maanden aan de andere kant van de wereld is wellicht niet zo’n goed idee om er voor het eerst solo op uit te trekken. Misschien wil je eerst eens proberen om in eigen stad alleen op café te gaan. Of een weekendje Ardennen te boeken.

2. Een Duits meisje in een hostel leerde me het woord ‘Vertrauensvorsprung’ kennen. Je kan het vertalen als het vertrouwen dat je aan iemand wil schenken. Bij een eerste ontmoeting met iemand probeer je in te schatten of je die persoon kan vertrouwen en maak je intuïtief een beslissing. Je kan je altijd mispakken maar meestal zit je buikgevoel juist.

3. Loop met een zelfzekere maar open houding rond. Zo trek je hopelijk de juiste mensen aan die je reiservaring unieker maken. Aarzel niet om hulp te vragen of op iemand af te stappen. Maar meestal, wanneer je alleen reist, komen de mensen vanzelf naar jou toe. Het fijne aan een solotrip is dat je bijzondere ontmoetingen verzamelt, die je in groep nooit zou hebben.

4. Plan je reis in grote lijnen op voorhand maar laat je ter plaatse leiden door het moment en de (lokale) mensen rondom jou. Mijn beste ervaringen waren de ongeplande, spontane momenten.

5. Reis compact: twee outfits (voorzien op zon en koude), handwas, zwemgerief, een kleine handdoek en slaapzak, pleisters, een minitoiletzak, oplader, ondergoed, telefoon en stevig schoeisel.

6. Doe wat jij wilt. Dat is het zalige aan alleen reizen. Je hoeft met niemand rekening te houden. Zin om een stevige dagtocht te maken zonder zagende vrienden aan je hoofd? Doen! Zin om luilekker aan het strand te liggen zonder hyper-actieve familieleden rondom jou? Doen!

Tekst: Maren Moreau – Beeld: Getty