We’re the Millers

136

6 SEPTEMBER 2013 | Elke week sturen wij een lezeres naar de film. In september is Charlotte Mulders onze filmrecensente. (Applaus!) Dankzij haar weet je dus welke film je móet zien… en welke zeker niet. Voor deze allereerste keer ging ze kijken naar We’re the Millers. Haar verslag!

millers

Je wil entertainment. Je wil je avond zinvol invullen. Je wil zeker niet toegeven aan die bak ijs in je koelkast. Je kiest voor een komedie.

Met deze stemming dacht ik bij We’re the Millers wel 110 minuten goed te zitten. Goede kritieken, een cast van jewelste en een screenplay waarin je nooit verzeild wilt geraken. Ik krijg een instant The Hangover-gevoel, and I like it.

Toch bleef ik mij voorbereiden op de typische ‘once to watch’ komedie. Eentje die je met je crush kijkt om met wat privacy te kunnen vozen, omringd door verveelde veertigers. Ik had in dat geval gelukkig altijd mijn nacho’s nog.

Voor het eerst kon het mij niet veel schelen dat deze al op waren tijdens de previews. Ik had het even te druk met hardop lachen. Geen slechte zet van Rawson Marshall Thurber om deze film te beginnen met een reeks bekende YouTube filmpjes.

Zulke trucjes had de film verder niet nodig om mijn ogen op het grote witte doek te houden. De luchtige plot neemt een kijkje in de spannendste week ooit voor David Clark, een drugsdealer die zijn geld en voorraad verliest door een overval. Zijn laatste kans om terug aan de bak te komen (onder lichte dwang van zijn baas Brad) is om een lading cannabis op te halen in Mexico. Om deze actie meer slaagkans te bieden en niet als drugssmokkelaar herkend te worden, zoekt hij hulp bij enkele lotgenoten. Al snel vindt hij Rose, een stripper uit zijn appartementsgebouw; Kenny, een tiener uit ditzelfde gebouw, en Casey, een opstandige puber van de straat. Omdat omkoping als geen ander werkt, happen ze toe en vormen ze uiteraard ‘The Millers’.

Gelukkig voor ons loopt het drugs dealen (correctie: drug smugglen) niet direct van een leien dakje, wat behoorlijk lachwekkende toestanden oplevert. Gelukkig voor hen lossen ze deze problemen telkens op en leren ze al snel samen in te spelen op onvoorziene situaties.

Natuurlijk, net zoals bijna elke komedie van de afgelopen vijf jaar blijft ook deze plot overwegend voorspelbaar. Het blijft echter heerlijk films te ontdekken die je verrassen met onverwachte, en dus doordachte humor doorheen het verhaal.

Met een ‘Meet the Fockers’ type humor mag je je verwachten aan een zalige mengeling van een berg sarcasme, een handvol hilarische headliners en enkele vreemde situaties. Als je je een beetje kunt vinden in het schaamteloze scheldwoordengebruik natuurlijk.

Enkele uitspraken die ik alvast graag op mijn eigen naam had staan:
“Fuck off, real-life Flanders.”
“I’m like Oprah over here. If she was a white dude. At a carnival.”

Hiermee hou ik het nog vrij netjes. Over het algemeen kan de film nog net beschouwd worden als dat type om in de living te kijken, zonder de beschamende keelschraapgeluiden van je ouders op de achtergrond. Die bak ijs, crush en nacho’s waar ik het eerder over had, mag je ook gerust aan de kant schuiven voor deze niet zo typische komedie.

Zonder twijfel een van de grappigste films van het jaar, zonder twijfel de moeite waard voor de doorsnee komedielover. Of het mij van mijn favoriete actie- en horrorgenre afhaalt, durf ik niet luidop te beweren, maar stiekem schuif ik het wel een welverdiende 7,5 toe. Al was het voor de (waarschijnlijk letterlijk) onbetaalbare rol van Ed Helms als drugsdealer.

Tot volgende week!

Charlotte Mulders