Ken je dit gevoel? Je staart minutenlang naar al die flessen godendrank die netjes naast elkaar op het schap staan. Je ziet de bomen door het bos niet meer. Zuid-Afrika, Frankrijk Spanje, … pfff. Keuzestress steekt de kop op. Tijd voor een paar weetjes die echt niet moeilijk te onthouden zijn.

1. Drink wat je zelf lekker vindt

Rood bij vlees en wit bij vis? Dat is het principe, maar bij een stukje varken of gevogelte kan je vaak ook witte wijn drinken. Een Riesling bijvoorbeeld past goed bij schnitzel en bij kip. Raar maar waar, zelfs een lekker lapje spek gaat hand in hand met witte wijn. Bij rund of struisvogel past rood dan weer beter, maar als je dit niet zo lekker vindt, lap dan die regel aan je laars en bestel je favoriete glaasje Chardonnay bij je biefstuk friet.

2. Bewaren of opdrinken?

In de regel wordt wijn niet meer gemaakt om lang te laten liggen. Die fles uit het geboortejaar van je zoon of dochter smaakt vast naar azijn wanneer je kind achttien wordt. Een geëerd souvenir, dat wel. Echte goede wijn om te bewaren bestaat nog, maar daar heb je wel wat duiten voor nodig.

3. Het perfecte glas

Op elk potje past een dekseltje, dat is ook zo voor wijn. Een glas dat ietsje smaller uitkomt aan de bovenkant is een echte allrounder. Heb je gasten, dan kan wijnglas zonder voet je tafel meer cachet geven. En deze raad mag je echt niet in de wind slaan! Wijnglazen blinken als een spiegel en moeten volledig geurloos zijn. Leer ze afdrogen als een professional.

4. Kennis uitbreiden

Ga je vaak op restaurant, dan krijg je meestal hulp van de sommelier of van de kelner als je wijn moet kiezen bij je maaltijd. Neem steevast een foto van het etiket zodat je thuis een wat research kunt doen over de soort druif en de wijnstreek. Neem deze informatie mee naar de supermarkt en zoek een gelijkaardige wijn. Vind je je eigen keuze ook lekker, voeg hem dan toe aan je elektronisch boodschappenlijstje. Experimenteer zoveel mogelijk zodat je beetje bij beetje je wijnkennis uitbreidt.

5. Koud of warm?

Rode wijn drink je het beste op kamertemperatuur en een roseetje serveer je eerder een fris. Witte wijn zet je dan weer een paar uur in de koelkast voor je hem ontkurkt. Ook hier geldt dat je de regels mag overtreden. Doe wat je zelf lekker vindt, maar hou rekening met je gasten.

PS De enige wijn die je echt opwarmt, is glühwein.

(foto Getty Images)